Wat is een multi-agent-systeem? Meerdere AI-agents met elk een rol die samen een taak afhandelen. Wanneer dat zin heeft en wanneer één agent genoeg is.
Een multi-agent-systeem is een opzet waarin meerdere AI-agents samenwerken aan één taak, elk met een eigen rol: één onderzoekt, één schrijft, één controleert, en een coördinator verdeelt het werk. Het beeld komt van een afdeling, maar in de praktijk begint bijna elke opgave bij één agent die het goed doet. Niet bij een team van erbij bedachte specialisten.
De onderverdeling spreekt tot de verbeelding: een onderzoeker die bronnen bij elkaar zoekt, een schrijver die er een document van maakt, een criticus die het verslag scherp leest en teruggeeft, en een coördinator die bepaalt wanneer het klaar is. In werkende vorm is dat een ketting van aanroepen: elke agent krijgt zijn eigen instructie, zijn eigen gereedschap en een overdracht in vaste vorm, en de coördinator bewaakt dat de ketting rondkomt.
Wat je er wint, is scheiding van verantwoordelijkheid. Eén agent die tegelijk zoekt, schrijft en controleert raakt makkelijk zijn eigen draad kwijt; aparte rollen houden elke stap klein en testbaar. Een controleur die niet schrijft, ziet de tekst met frisse ogen, net als een collega die jouw concept niet heeft getypt. Voor taken met echt verschillende soorten werk (veelvuldig opzoeken naast zorgvuldig formuleren naast streng toetsen) is dat een reële winst.
Wat je eraan betaalt, is complexiteit. Meer agents betekent meer overdrachten die kunnen misgaan, meer plekken waar een gesprek vastloopt, meer onderhoud en meer verbruik bij elke ronde. En debuggen wordt lastiger: als de uitkomst afwijkt, moet je terugzoeken welke rol het liet afweten. Daarom is de eerlijke vuistregel dat de meerderheid van de bedrijfstaken aan één goed ingerichte agent genoeg heeft, en dat een tweede rol pas erbij gaat als het tekort bewezen is.
Zin heeft het bij taken die van nature in aparte handelingen vallen en elkaars tegenpolen zijn: veelvuldig informatie verzamelen en daarna secuur samenvatten, concepten maken en die streng toetsen, of een werkstroom waar specifieke deeltaken elk hun eigen gereedschap vragen. Ook nuttig: een controle-agent die bewust tegen de eerste kijkt met een eigen checklist, zolang zijn oordeel wel concreet en toetsbaar is.
Niet doen is het om indruk te maken of om een simpel werkstroom-probleem ingewikkelder te laten lijken dan het is. Meerdere agents kosten bouwtijd, verbruik en onderhoud. En ze voegen een nieuwe foutklasse toe: de overdracht zelf. Wie één agent heeft die 90 procent van de zaak goed oppakt, wint meer met betere instructies, bronnen en controles dan met een team eromheen. Begin daar, en voeg rollen alleen toe als er bewezen tekort is.
We bouwen eerst de enkele agent en meten of hij de taak voldoende oppakt. Met een testset, niet op gevoel. Alleen waar een aparte rol bewijsbaar iets toevoegt, zoals een onafhankelijke controle of een deeltaak met eigen gereedschap, komt er een tweede bij, met overdrachten in vaste vorm en één punt dat het geheel bewaakt. Zo blijft de opzet klein genoeg om te doorzien en groot genoeg voor de taak.
In de meeste gevallen, eerlijk gezegd. Eén agent volstaat zodra de taak in één werkstroom past, het gereedschap beperkt blijft en de kwaliteit met bronnen en controles op niveau komt. Het teken dat er meer nodig is, zit niet in ambitie maar in bewezen tekort: een controle die telkens gemist wordt, een deeltaak die om heel ander gereedschap vraagt, of een werkstroom die onoverzichtelijk wordt in één instructie. Begin bij één, meet, en voeg pas een rol toe als het tekort zichtbaar is.
Via overdrachten in vaste vorm. Elke agent heeft een eigen rol, instructie en gereedschap; na zijn deel werk geeft hij een gestructureerd resultaat door. Niet een vrije tekst, maar vastgelegde velden die de volgende rol kan verwerken. Een coördinator bewaakt de volgorde, vangt op wat vastloopt en beslist of er een mens aan te pas komt. Juist die strakke vormgeving van de overdracht bepaalt of het team werkbaar blijft of uit elkaar valt in verwarring.
Drie nadelen zijn reëel: meer plekken waar het vastloopt, want elke overdracht is een nieuwe foutkans; hoger verbruik, want elke rol leest en schrijft opnieuw; en lastiger onderhoud, want een afwijkende uitkomst vraagt terugzoeken welke rol het liet afweten. Daarnaast duurt het bouwen langer en vraagt de bewaking meer aandacht. Die nadelen zijn te managen, maar ze wegen alleen op als aparte rollen bewijsbaar iets toevoegen. Niet op gevoel of op show.
Nee, en dat is vaak juist het punt. Een deeltaak met veel opzoekwerk heeft baat bij een andere eigenschap dan een rol die zorgvuldig formuleert, en een controleur kan bewust een andere opzet krijgen dan de schrijver om niet in dezelfde gewoonten te blijven hangen. Ook kosten spelen mee: zware taken vragen zwaardere modellen, eenvoudige rollen niet. Per rol kiezen we het model dat bij de handeling past, en we leggen vast waarom die keuze er is.
EIGHTY8